komend Concert - Koninklijk Concertkoor Hosanna

Koninklijk Concertkoor Hosanna

Bunschoten-Spakenburg
Ga naar de inhoud
Het komende concert van 9 november 2019 bestaat uit de volgende stukken:
  1. Ceciliamis van Charles Gounod
  2. Psalm 42 van Felix Mendelssohn Bartholdi

1.Ceciliamis van Charles Gounod

De Messe solennelle en l'honneur de Sainte-Cécile in G-groot, of kortheidshalve Messe solennelle de Sainte-Cécile, in het Nederlands ook wel Sint-Ceciliamis of Ceciliamis genoemd, is een mis van Charles Gounod voor drie solisten, vierstemmig koor, orkest en orgel.
Ze is aan de heilige Cecilia, de beschermheilige van de kerkmuziek, gewijd.
(Volgens de legende kwam Cecilia uit een Romeinse voorname familie. Ze zou zeer jong zijn gedwongen te huwen met iemand uit een andere Romeinse adellijke familie. Ze vond troost in de muziek en stierf de marteldood omstreeks 230. Ze werd patrones van muziek, instrumentenmakers en zangers.)
De Ceciliamis is wel het bekendste werk van Charles Gounod op het vlak van de kerkmuziek. Hij componeerde haar op de leeftijd van 37 jaar. Ze valt tussen zijn overige missen op door haar uitgesproken rijke orkestbegeleiding, waar de meeste andere missen van Gounod naast de zangers hoogstens een orgel vereisen.
De Ceciliamis werd op 22 november 1855, de naamdag van de heilige Cecilia, in de Église Saint-Eustache in Parijs voor het eerst uitgevoerd.
Nog tijdens het leven van Gounod verschenen talrijke uitgaven en bewerkingen van de mis, wat zeker een aanwijzing is voor de grote populariteit van het werk.


2.Psalm 42 van Felix Mendelssohn Bartholdi

Psalm 42, “Wie der Hirsch schreit nach frischem Wasser”, opus 42 (1837), is met zeven delen de meest uitgebreide. Ook de meest welluidende en Mendelssohns eigen favoriet. Hij begon eraan  te werken tijdens zijn huwelijksreis in het Zwarte Woud, en het werk ademt dan ook puur geluk en een diep geloof in het goede. Dit wordt prachtig weergegeven in het pastorale karakter van het openingsdeel met koor en groot orkest, maar ook in de aria voor sopraan en hobo-solo “Meine Seele dürstet nach Gott”, en de twee andere triomfantelijke koordelen waaruit dank spreekt, met feestelijke trompetten en pauken. De cantate eindigt met een grootse fuga. Voor Mendelssohn was religieuze muziek iets anders dan kerkelijke muziek. Zijn psalmbewerkingen zijn meer expressieve uitingen van zijn eigen geloofsbeleving dan voorspelbare invuloefeningen van kerkelijke voorschriften. Dat uitgangspunt geeft hem ruimte om zich van zijn kwetsbare, menselijk kant te tonen. De koorcultuur is Mendelssohn eeuwig dankbaar voor het feit dat hij een van de populairste psalmen ‘Evenals een moede hinde’  in 1837 op muziek zette.










Koninklijk Concertkoor Hosanna
Terug naar de inhoud